Markov-modellen voor allelfrequenties
In het college zag je dat de grootste eigenwaarde van de Markov-matrix \(M\), waarvan de R-uitvoer is:
[,1] [,2] [,3] [,4]
[1,] 0.980 0.005 0.005 0.010
[2,] 0.005 0.980 0.010 0.005
[3,] 0.005 0.010 0.980 0.005
[4,] 0.010 0.005 0.005 0.980
leidt tot een eigenvector die een situatie modelleert waarin de allelen gelijk vertegenwoordigd zijn (elk met kans 0,25).
In deze oefening gebruiken we een for-lus om het mutatieproces te herhalen, beginnend met de volgende beginverdeling van allelen:
[1] 1 0 0 0
en laten we zien dat dit inderdaad gebeurt: de eigenvector geeft dezelfde informatie als de for-lus.
Voor meer over Markov-processen, zie deze link.
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Lineaire algebra voor data science in R
Oefeninstructies
- Print
x, de allelverdeling na 1000 mutaties. - Zoek de eerste eigenvector van
M(die al voor je is geladen) en schaal die zodat de som gelijk is aan1. Ken dit toe aanv1. - Print
v1, de geschaalde eerste eigenvector vanM, en vergelijk metx.
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# This code iterates mutation 1000 times
x <- c(1, 0, 0, 0)
for (j in 1:1000) {x <- M%*%x}
# Print x
print(___)
# Print and scale the first eigenvector of M
Lambda <- eigen(M)
v1 <- Lambda$vectors[, ___]/sum(Lambda$___[, 1])
# Print v1
print(___)