Aan de slagGa gratis aan de slag

De steekproeffrequentie bepalen

Naast het bekijken van je gegevens en het plotten over de tijd, kun je nog verschillende extra bewerkingen uitvoeren op tijdreeksgegevens.

De functies start() en end() geven respectievelijk de tijdsindex van de eerste en laatste observatie terug. De functie time() berekent een vector met tijdsindices, met één element voor elke tijdsindex waarop de reeks is geobserveerd.

De functie deltat() geeft het vaste tijdsinterval tussen observaties terug en de functie frequency() geeft het aantal observaties per tijdseenheid terug. Tot slot geeft de functie cycle() de positie in de cyclus van elke observatie.

In deze oefening ga je deze functies toepassen op de gegevensset AirPassengers, die het maandelijkse totaal aan internationale vliegtuigpassagiers (in duizenden) van 1949 tot en met 1960 weergeeft.

Deze oefening maakt deel uit van de cursus

Tijdreeksanalyse in R

Cursus bekijken

Oefeninstructies

  • Begin met het plotten van de AirPassengers-gegevens met een simpele aanroep van plot().
  • Geef vervolgens de eerste en laatste tijdsobservatie in AirPassengers weer met respectievelijk start() en end().
  • Krijg tot slot wat extra inzicht in deze gegevensset door de opdrachten time(), deltat(), frequency() en cycle() op AirPassengers toe te passen.

Praktische interactieve oefening

Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.

# Plot AirPassengers


# View the start and end dates of AirPassengers



# Use time(), deltat(), frequency(), and cycle() with AirPassengers 



Code bewerken en uitvoeren