Aan de slagGa gratis aan de slag

Ruwe tijdreeksen verkennen

De meest gebruikelijke eerste stap bij tijdreeksanalyse is je tijdreeksgegevens op een visueel intuïtieve manier weergeven. De handigste manier om ruwe tijdreeksdata in R te bekijken is met het commando print(), dat de Start, End en Frequency van je data toont, samen met de observaties.

Een ander nuttig commando om tijdreeksdata in R te bekijken is de functie length(), die je het totale aantal observaties in je data geeft.

Sommige gegevenssets zijn erg lang, en een subset bekijken is dan geschikter dan de hele reeks tonen. De functies head(___, n =___) en tail(___, n =___), waarin n het aantal te tonen items is, richten zich respectievelijk op de eerste en laatste paar elementen van een gegeven gegevensset.

In deze oefening ga je de bekende jaarlijkse afvoerdata van de rivier de Nijl, Nile, verkennen. Deze tijdreeks bevat ook wat metadata. Als je print(Nile) aanroept, geeft Start = 1871 aan dat 1871 het jaar is van de eerste jaarlijkse observatie, en End = 1970 geeft aan dat 1970 het jaar is van de laatste jaarlijkse observatie.

Deze oefening maakt deel uit van de cursus

Tijdreeksanalyse in R

Cursus bekijken

Oefeninstructies

  • Gebruik de functie print() om de Nijl-gegevens weer te geven. Het dataobject heet Nile.
  • Gebruik de functie length() om het aantal elementen in je Nile-gegevensset te bepalen.
  • Gebruik head() om de eerste 10 elementen van de Nile-gegevensset weer te geven. Stel daarvoor het argument n in op 10.
  • Gebruik tail() om de laatste 12 elementen van de Nile-gegevensset weer te geven, en stel opnieuw een passende waarde in voor het argument n.

Praktische interactieve oefening

Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.

# Print the Nile dataset


# List the number of observations in the Nile dataset


# Display the first 10 elements of the Nile dataset


# Display the last 12 elements of the Nile dataset

Code bewerken en uitvoeren