Knooppunten labelen
In deze oefening ga je de knooppunten in het netwerk labelen. Je krijgt een dataframe customers met dezelfde klant-ID's als in het netwerk. Elke klant heeft een indicatie of die is gechurned of niet, respectievelijk 1 of 0.
Je voegt de churnstatus toe aan de knooppunten van het netwerk en visualiseert die.
Let op: een netwerk kan zowel node- als edge-attributen hebben.
De node-attributen worden weergegeven door de functie V() (van vertex) en de edge-attributen door de functie E().
De node-attributen van het churnnetwerk zijn V(network).
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Predictive Analytics met netwerkgdata in R
Oefeninstructies
- Inspecteer het dataframe
customersmet de functiehead(). - Gebruik de functie
table()om het aantal churners en niet-churners in het dataframecustomerste tellen. - Gebruik de functie
V()om een knooppuntattribuutchurnaan het netwerk toe te voegen en ken daar de kolomchurnvan het dataframecustomersaan toe. - Visualiseer het netwerk door de functie
plot()aan te roepen.
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Inspect the customers dataframe
___(customers)
# Count the number of churners and non-churners
table(customers$___)
# Add a node attribute called churn
___(network)$___ <- customers$churn
# Visualize the network
___(___, vertex.label = NA, edge.label = NA,
edge.color = 'black', vertex.size = 2)