Een benoemde lijst maken
Goed gedaan, je gaat als een trein!
Net als bij een to-dolijst wil je voorkomen dat je niet weet of vergeet waar de componenten van je lijst voor staan. Daarom geef je ze een naam:
my_list <- list(name1 = your_comp1,
name2 = your_comp2)
Zo maak je een lijst met componenten die name1, name2, enzovoort heten. Als je je lijsten pas na het maken wilt benoemen, kun je de functie names() gebruiken, net zoals je met vectoren deed. De volgende opdrachten zijn volledig gelijkwaardig aan de toekenning hierboven:
my_list <- list(your_comp1, your_comp2)
names(my_list) <- c("name1", "name2")
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Inleiding tot R
Oefeninstructies
- Pas de code van de vorige oefening aan (zie editor) door namen toe te voegen aan de componenten. Gebruik voor
my_vectorde naamvec, voormy_matrixde naammaten voormy_dfde naamdf. - Print
my_list, zodat je de uitvoer kunt bekijken.
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Vector with numerics from 1 up to 10
my_vector <- 1:10
# Matrix with numerics from 1 up to 9
my_matrix <- matrix(1:9, ncol = 3)
# First 10 elements of the built-in data frame mtcars
my_df <- mtcars[1:10,]
# Adapt list() call to give the components names
my_list <- list(my_vector, my_matrix, my_df)
# Print out my_list