Sorteren
Lijstjes maken en rangschikken is een van de favoriete bezigheden van de mens. Ze kunnen nuttig zijn (beste universiteiten ter wereld), vermakelijk (meest invloedrijke filmsterren) of zinloos (beste 007-lookalike).
In data-analyse kun je je gegevens sorteren op basis van een bepaalde variabele in de gegevensset. In R doe je dat met de functie order().
order() is een functie die, toegepast op een variabele zoals een vector, de gerangschikte positie van elk element teruggeeft, bijvoorbeeld:
a <- c(100, 10, 1000)
order(a)
[1] 2 1 3
10, het tweede element in a, is het kleinste element, dus 2 komt als eerste in de output van order(a). 100, het eerste element in a, is het op één na kleinste element, dus 1 komt als tweede in de output van order(a).
Dit betekent dat we de output van order(a) kunnen gebruiken om a te herschikken:
a[order(a)]
[1] 10 100 1000
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Inleiding tot R
Oefeninstructies
Experimenteer met de functie order() in de console. Verzend je antwoord wanneer je klaar bent om verder te gaan.
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Play around with the order function in the console