Aan de slagGa gratis aan de slag

Wat is een factor en waarom zou je die gebruiken? (2)

Om factoren in R te maken, gebruik je de functie factor(). Het eerste wat je moet doen, is een vector maken met alle observaties die tot een beperkt aantal categorieën behoren. Zo bevat sex_vector bijvoorbeeld het geslacht van 5 verschillende personen:

sex_vector <- c("Male","Female","Female","Male","Male")

Het is duidelijk dat er hier twee categorieën, of in R-termen 'factor levels', zijn: "Male" en "Female".

De functie factor() codeert de vector als een factor:

factor_sex_vector <- factor(sex_vector)

Deze oefening maakt deel uit van de cursus

Inleiding tot R

Cursus bekijken

Oefeninstructies

  • Zet de character-vector sex_vector om naar een factor met factor() en ken het resultaat toe aan factor_sex_vector.
  • Print factor_sex_vector en controleer of R de factor levels onder de daadwerkelijke waarden afdrukt.

Praktische interactieve oefening

Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.

# Sex vector
sex_vector <- c("Male", "Female", "Female", "Male", "Male")

# Convert sex_vector to a factor
factor_sex_vector <-

# Print out factor_sex_vector
Code bewerken en uitvoeren