Maak een vector (3)
Na een week in Las Vegas en nog geen enkele Ferrari in je garage, besluit je dat het tijd is om je data-analytische superkrachten te gebruiken.
Voor je aan een eerste analyse begint, verzamel je eerst alle winsten en verliezen van de afgelopen week:
Voor poker_vector:
- Op maandag won je $ 140
- Dinsdag verloor je $ 50
- Woensdag won je $ 20
- Donderdag verloor je $ 120
- Vrijdag won je $ 240
Voor roulette_vector:
- Op maandag verloor je $ 24
- Dinsdag verloor je $ 50
- Woensdag won je $ 100
- Donderdag verloor je $ 350
- Vrijdag won je $ 10
Je speelde alleen poker en roulette, want er was een delegatie mediums die de craps-tafels bezet hield. Om deze gegevens in R te kunnen gebruiken, besluit je de variabelen poker_vector en roulette_vector te maken.
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Introductie tot R
Oefeninstructies
Ken de winsten/verliezen voor roulette toe aan de variabele roulette_vector. Je verloor \( 24, vervolgens verloor je \) 50, won je \( 100, verloor je \) 350 en won je $ 10.
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Poker winnings from Monday to Friday
poker_vector <- c(140, -50, 20, -120, 240)
# Roulette winnings from Monday to Friday
roulette_vector <-