Aan de slagGa gratis aan de slag

Selecteren door te vergelijken - Stap 1

Met vergelijkingsoperatoren kunnen we de vorige vraag proactiever aanpakken.

De (logische) vergelijkingsoperatoren die R kent zijn:

  • < voor kleiner dan
  • > voor groter dan
  • <= voor kleiner dan of gelijk aan
  • >= voor groter dan of gelijk aan
  • == voor gelijk aan elkaar
  • != voor niet gelijk aan elkaar

Zoals je in het vorige hoofdstuk zag, geeft 6 > 5 TRUE terug. Het mooie aan R is dat je deze vergelijkingsoperatoren ook op vectoren kunt gebruiken. Bijvoorbeeld:

c(4, 5, 6) > 5
[1] FALSE FALSE TRUE

Deze opdracht test voor elk element van de vector of de voorwaarde die door de vergelijkingsoperator is aangegeven TRUE of FALSE is.

Deze oefening maakt deel uit van de cursus

Inleiding tot R

Cursus bekijken

Oefeninstructies

  • Controleer welke elementen in poker_vector positief zijn (dus > 0) en ken dit toe aan selection_vector.
  • Print selection_vector, zodat je het kunt bekijken. De output vertelt je voor elke dag of je geld hebt gewonnen (TRUE) of verloren (FALSE).

Praktische interactieve oefening

Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.

# Poker and roulette winnings from Monday to Friday:
poker_vector <- c(140, -50, 20, -120, 240)
roulette_vector <- c(-24, -50, 100, -350, 10)
days_vector <- c("Monday", "Tuesday", "Wednesday", "Thursday", "Friday")
names(poker_vector) <- days_vector
names(roulette_vector) <- days_vector

# Which days did you make money on poker?
selection_vector <- 
  
# Print out selection_vector
Code bewerken en uitvoeren