Variabelen toekennen (3)
In elke smakelijke fruitmand horen sinaasappels, dus je besluit zes sinaasappels toe te voegen. Als data-analist is het je reflex om meteen de variabele my_oranges aan te maken en daar de waarde 6 aan toe te kennen. Vervolgens wil je berekenen hoeveel stuks fruit je in totaal hebt. Omdat je betekenisvolle namen aan deze waarden hebt gegeven, kun je dit nu op een duidelijke manier coderen:
my_apples + my_oranges
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Inleiding tot R
Oefeninstructies
- Ken de waarde 6 toe aan
my_oranges. - Tel de variabelen
my_applesenmy_orangesop en laat R het resultaat simpelweg printen. - Ken het resultaat van
my_applesplusmy_orangestoe aan een nieuwe variabelemy_fruit.
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Assign a value to the variables my_apples and my_oranges
my_apples <- 5
# Add these two variables together
# Create the variable my_fruit