Een vector een naam geven
Als data-analist is het belangrijk dat je een helder beeld hebt van de data die je gebruikt. Begrijpen waar elk element naar verwijst, is daarom essentieel.
In de vorige oefening hebben we een vector gemaakt met je winst per dag van de week. Elk element in de vector hoort bij een weekdag, maar het is lastig te zien welk element bij welke dag hoort. Het zou handig zijn als je dat in de vector zelf kunt aangeven.
Je kunt de elementen van een vector een naam geven met de functie names(). Kijk maar naar dit voorbeeld:
some_vector <- c("John Doe", "poker player")
names(some_vector) <- c("Name", "Profession")
Deze code maakt eerst een vector some_vector en geeft vervolgens de twee elementen een naam. Het eerste element krijgt de naam Name, terwijl het tweede element het label Profession krijgt. Als je de inhoud naar de console print, krijg je de volgende output:
Name Profession
"John Doe" "poker player"
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Inleiding tot R
Oefeninstructies
- De code in de editor kent de weekdagen toe als naam aan de elementen in
poker_vector. Voeg code toe om hetzelfde te doen voorroulette_vector.
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Poker winnings from Monday to Friday
poker_vector <- c(140, -50, 20, -120, 240)
# Roulette winnings from Monday to Friday
roulette_vector <- c(-24, -50, 100, -350, 10)
# Assign days as names of poker_vector
names(poker_vector) <- c("Monday", "Tuesday", "Wednesday", "Thursday", "Friday")
# Assign days as names of roulette_vector