Maak een vector (2)
Eerst even focussen!
Op weg van blut naar rijk maak je veel gebruik van vectors. Vectors zijn eendimensionale arrays die numerieke, tekstuele of logische data kunnen bevatten. Met andere woorden: een vector is een eenvoudig hulpmiddel om data op te slaan. Je kunt er bijvoorbeeld je dagelijkse winst en verlies in het casino in opslaan.
In R maak je een vector met de combine-functie c(). Je plaatst de elementen, gescheiden door komma’s, tussen de haakjes. Bijvoorbeeld:
numeric_vector <- c(1, 2, 3)
character_vector <- c("a", "b", "c")
Zodra je deze vectors in R hebt aangemaakt, kun je ze gebruiken om berekeningen mee te doen.
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Inleiding tot R
Oefeninstructies
Maak de code af, zodat boolean_vector de drie elementen TRUE, FALSE en TRUE bevat (in die volgorde).
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
numeric_vector <- c(1, 10, 49)
character_vector <- c("a", "b", "c")
# Complete the code for boolean_vector
boolean_vector <-