Trekkingen uit een binomiale verdeling simuleren
In de vorige oefening simuleerde je 10 afzonderlijke muntworpen, elk met 30% kans op kop. Met rbinom(10, 1, .3) kreeg je dus 10 uitkomsten die ofwel 0 ("munt") of 1 ("kop") waren.
Maar door het tweede argument van rbinom() (nu 1) te veranderen, kun je meerdere munten per trekking opgooien. Elke uitkomst wordt dan een getal tussen 0 en 10, dat het aantal worpen aangeeft dat in die poging op kop eindigde.
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Basis van kansrekening in R
Oefeninstructies
- Gebruik de functie
rbinom()om 100 afzonderlijke gebeurtenissen te simuleren van 10 munten opgooien, waarbij elke munt 30% kans heeft op kop. - Wat voor soort waarden zie je?
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Generate 100 occurrences of flipping 10 coins, each with 30% probability