Modelkeuze - I
Op basis van het voorbeeld van het P/ACF-paar van de gelogde en gedifferentieerde varve-gegevens (dl_varve) werd een MA(1) aangegeven. De beste aanpak voor het fitten van ARMA is om te beginnen met een model met lage orde en vervolgens telkens één parameter toe te voegen om te zien of de resultaten veranderen.
In deze oefening fit je verschillende modellen op de dl_varve-gegevens en noteer je de AIC en BIC voor elk model. In de volgende oefening gebruik je deze AIC- en BIC-waarden om een model te kiezen. Onthoud dat je het model met de kleinste AIC- en/of BIC-waarde wilt behouden.
Een opmerking voordat je begint:
sarima(x, p = 0, d = 0, q = 1) en sarima(x, 0, 0, 1)
zijn hetzelfde.
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
ARIMA-modellen in R
Oefeninstructies
- Het pakket astsa is voorgeladen. De
varve-reeks is gelogd en gedifferentieerd alsdl_varve <- diff(log(varve)). - Gebruik
sarima()om een MA(1) te fitten opdl_varve. Bekijk de output van jesarima()-opdracht goed om de AIC en BIC van dit model te zien. - Herhaal de vorige stap, maar voeg een MA-parameter toe door een MA(2)-model te fitten. Is dit op basis van AIC en BIC een verbetering ten opzichte van het vorige model?
- Voeg in plaats van een MA-parameter een AR-parameter toe aan de oorspronkelijke MA(1)-fit. Dus: fit een ARMA(1,1) op
dl_varve. Is dit op basis van AIC en BIC een verbetering ten opzichte van de vorige modellen?
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Fit an MA(1) to dl_varve.
# Fit an MA(2) to dl_varve. Improvement?
# Fit an ARMA(1,1) to dl_varve. Improvement?