Aan de slagGa gratis aan de slag

Matrix <- vectoren binden

Vaak maak je geen vectoren zoals in het vorige voorbeeld. In plaats daarvan maak je een matrix van meerdere vectoren die je wilt combineren. Hiervoor gebruik je het best de functies cbind() en rbind() (respectievelijk kolommen binden en rijen binden). Om dit te laten zien, combineren we twee vectoren met Apple- en IBM-aandelenkoersen:

apple <- c(109.49, 109.90, 109.11, 109.95, 111.03)
ibm <- c(159.82, 160.02, 159.84, 160.35, 164.79)

cbind(apple, ibm)

      apple    ibm
[1,] 109.49 159.82
[2,] 109.90 160.02
[3,] 109.11 159.84
[4,] 109.95 160.35
[5,] 111.03 164.79

rbind(apple, ibm)

        [,1]   [,2]   [,3]   [,4]   [,5]
apple 109.49 109.90 109.11 109.95 111.03
ibm   159.82 160.02 159.84 160.35 164.79

Nu ben jij aan de beurt!

Deze oefening maakt deel uit van de cursus

Introductie tot R voor Financiën

Cursus bekijken

Oefeninstructies

  • De koersvectoren apple, ibm en micr van december 2016 staan in je werkruimte.
  • Gebruik cbind() om apple, ibm en micr in die volgorde kolomsgewijs te binden als cbind_stocks.
  • Print cbind_stocks.
  • Gebruik rbind() om de drie vectoren in dezelfde volgorde rijsgewijs te binden als rbind_stocks.
  • Print rbind_stocks.

Praktische interactieve oefening

Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.

# cbind the vectors together
cbind_stocks <- 

# Print cbind_stocks


# rbind the vectors together
rbind_stocks <- 

# Print rbind_stocks
Code bewerken en uitvoeren