Maak je data begrijpelijk met head() en tail(), plus wat str()uctuur
Tijd voor een paar simpele maar heel handige functies.
head()- Geeft de eerste paar rijen van een data frame terug. Standaard 6. Om dit te veranderen, gebruik jehead(cash, n = ___)tail()- Geeft de laatste paar rijen van een data frame terug. Standaard 6. Om dit te veranderen, gebruik jetail(cash, n = ___)str()- Controleer de structuur van een object. Deze fantastische functie laat je het gegevenstype van het object zien dat je meegeeft (hier: data.frame) en somt elke kolomvariabele op, samen met het bijbehorende type.
Bij een kleine gegevensset zoals de jouwe zijn head() en tail() niet enorm nuttig, maar stel je voor dat je een data frame met honderden of duizenden rijen had!
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Introductie tot R voor Financiën
Oefeninstructies
- Roep
head()aan opcashom de eerste 4 rijen te zien. - Roep
tail()aan opcashom de laatste 3 rijen te zien. - Roep
str()aan opcashom de structuur van je data frame te bekijken. (Je merkt misschien dat de class vancompanyeenFactoris en geencharacter. Geen paniek! Dit komt aan bod in Hoofdstuk 4. Voor nu hoef je je daar geen zorgen over te maken.)
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Call head() for the first 4 rows
# Call tail() for the last 3 rows
# Call str()