Dictionaries
Dictionaries lijken op named vectors en lijsten in R, omdat ze een naam (of sleutel) geven
waarmee je waarden kunt benaderen. In Python maak je dictionaries met accolades, { },
en geef je sleutel-waardeparen door. Sleutels en waarden worden gescheiden door een dubbele punt.
Om bijvoorbeeld een dictionary te maken met de sleutel 'a' en de waarde 1, schrijf je:
d = {'a': 1}
Meerdere sleutel-waardeparen scheid je met een komma. Om een waarde op te vragen met de sleutel, gebruik je vierkante haken (net als bij het subsetten van waarden uit een lijst), maar in plaats van een index geef je de sleutel door:
d = {'a': 1, 'b': 2}
print(d['a'])
1
person_list is afgedrukt in de IPython-shell en is beschikbaar in je werkruimte.
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Python voor R-gebruikers
Oefeninstructies
- Maak een dictionary-versie van
person_listdie in de shell is afgedrukt. Gebruik de sleutelsfname,lname,sex,employedentwitter_followers. - Haal de voor- en achternaam (aangegeven door de sleutels
fnameenlname) uitperson_dicten print ze.
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Create a dictionary form of the employee information list
person_dict = {
'fname': ____,
'lname': ____,
'sex': ____,
'employed': ____,
'twitter_followers': ____
}
# Get the first and last names from the dict
print(____)
print(____)