Rekenen met strings
Net als in R kun je Python als rekenmachine gebruiken om rekenkundige bewerkingen op numerieke waarden uit te voeren.
Bijvoorbeeld, twee waarden optellen, 42 + 3.14, of waarden vermenigvuldigen, 7 * 9.
Maar in tegenstelling tot R kun je in Python bepaalde wiskundige operatoren ook op niet-numerieke waarden gebruiken.
Als je + op strings gebruikt, worden ze aan elkaar geplakt (geconcateneerd):
print('hello' + 'world')
'helloworld'
Als je een string vermenigvuldigt met een geheel getal n, wordt de string n keer herhaald:
print('hello' * 3)
'hellohellohello'
Tot slot: als je twee strings direct naast elkaar zet, worden ze ook geconcateneerd:
print('hello' 'world')
'helloworld'
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Python voor R-gebruikers
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Add 'the quick' to 'brown fox'
print('the quick' ____)