Als de nulhypothese waar is
In deze oefening voer je een experiment uit: wat gebeurt er als je een hypothesetoets uitvoert terwijl je wéét dat de nulhypothese waar is? Je hoopt dat je de nulhypothese behoudt, maar er is altijd een kans dat je een statistische fout maakt.
Om het experiment te starten, hebben we een nieuwe verklarende variabele gemaakt, coinflip, die voor elke deelnemer de uitkomst van een eerlijke muntworp vastlegt. Met die variabele kun je de volgende nulhypothese formuleren:
$$ H_{0}: p_{heads} - p_{tails} = 0 $$
Dit stelt dat er geen verschil is in de proporties die de doodstraf steunen tussen de mensen die "heads" gooiden en degenen die "tails" gooiden. Omdat coinflip onafhankelijk van cappun is gevormd, wéten we dat deze nulhypothese waar is. De vraag is: zal je toets deze nulhypothese verwerpen of behouden?
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Inferentie voor categorische gegevens in R
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Inspect coinflip
gssmod %>%
select(coinflip)
# Compute two proportions
___ <- gssmod %>%
group_by(coinflip) %>%
summarize(prop_favor = mean(___ == ___)) %>%
pull()
# See the result
p_hats