Aan de slagGa gratis aan de slag

Buren

In netwerkanalyse is het vaak belangrijk om het patroon van verbindingen tussen vertices te verkennen. Eén manier is om de aangrenzende vertices (buren) van elke vertex te identificeren. Daarna kun je bepalen welke aangrenzende vertices zelfs door niet-verbonden vertices worden gedeeld, wat aangeeft hoe twee vertices een indirecte relatie via anderen kunnen hebben. In deze oefening leer je hoe je buren en gedeelde buren tussen paren van vertices identificeert.

Deze oefening maakt deel uit van de cursus

Netwerkanalyse in R

Cursus bekijken

Oefeninstructies

  • Gebruik de functie neighbors() om de vertices te vinden die op welke manier dan ook verbonden zijn met vertex 12, de vertices die een edge richting vertex 12 sturen en de vertices die een gerichte edge van vertex 12 ontvangen. Dit stel je in met het juiste argument mode. Kies uit all, in en out.
  • Bepaal of vertices 42 en 124 een gemeenschappelijke buur hebben. Maak een vector n1 met die vertices die een edge ontvangen van vertex 42 en een vector n2 met die vertices die een edge richting vertex 124 sturen met neighbors(). Gebruik daarna intersection() om te bepalen of er vertices zijn die in zowel n1 als n2 voorkomen.

Praktische interactieve oefening

Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.

library(igraph)

# Identify all neighbors of vertex 12 regardless of direction
___(g, '12', mode = c('___'))

# Identify other vertices that direct edges towards vertex 12
___(g, '12', mode = c('___'))

# Identify any vertices that receive an edge from vertex 42 and direct an edge to vertex 124
n1 <- ___(g, '___', mode = c('___'))
n2 <- ___(g, '___', mode = c('___'))
___(n1, n2)
Code bewerken en uitvoeren