Berekeningen met datums
Zowel Date- als POSIXct-objecten in R worden onder water weergegeven als eenvoudige numerieke waarden. Dat maakt rekenen met tijd- en datumobjecten heel rechttoe rechtaan: R voert de berekeningen uit met de onderliggende numerieke waarden en zet het resultaat daarna weer om naar leesbare tij dinformatie.
Je kunt Date-objecten ophogen en verlagen, of er echt mee rekenen:
today <- Sys.Date()
today + 1
today - 1
as.Date("2015-03-12") - as.Date("2015-02-27")
Om je eetgewoonten in de gaten te houden, heb je de datums opgeschreven van de laatste vijf dagen waarop je pizza at. In de werkruimte zijn deze datums gedefinieerd als vijf Date-objecten, day1 tot en met day5. Een vector pizza met deze 5 Date-objecten is al voor je aangemaakt.
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
R voor gevorderden
Oefeninstructies
- Bereken het aantal dagen tussen de laatste en de eerste dag dat je pizza at. Print het resultaat.
- Gebruik de functie
diff()oppizzaom de verschillen tussen opeenvolgende pizzadagen te berekenen. Sla het resultaat op in een nieuwe variabeleday_diff. - Bereken de gemiddelde periode tussen twee opeenvolgende pizzadagen. Print het resultaat.
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# day1, day2, day3, day4 and day5 are already available in the workspace
# Difference between last and first pizza day
# Create vector pizza
pizza <- c(day1, day2, day3, day4, day5)
# Create differences between consecutive pizza days: day_diff
# Average period between two consecutive pizza days