Gelijkheid
De meest basale vorm van vergelijken is gelijkheid. Laten we de syntax kort herhalen. De volgende uitspraken evalueren allemaal tot TRUE (probeer ze gerust uit in de console).
3 == (2 + 1)
"intermediate" != "r"
TRUE != FALSE
"Rchitect" != "rchitect"
Let in de laatste expressie op dat R hoofdlettergevoelig is: "R" is niet gelijk aan "r". Houd dit in gedachten bij het maken van de oefeningen in dit hoofdstuk!
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
R voor gevorderden
Oefeninstructies
- Schrijf in de editor rechts R-code om te controleren of
TRUEgelijk is aanFALSE. - Controleer ook of
-6 * 14niet gelijk is aan17 - 101. - Dan: het vergelijken van tekenreeksen. Vraag R of de strings "useR" en "user" gelijk zijn.
- Zoek tenslotte uit wat er gebeurt als je logische waarden met numerieke vergelijkt: zijn
TRUEen 1 gelijk?
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Comparison of logicals
# Comparison of numerics
# Comparison of character strings
# Compare a logical with a numeric