Loop over een matrix
In je werkruimte staat een matrix ttt die de status van een tic-tac-toe-spel voorstelt. Hij bevat de waarden "X", "O" en "NA". Print ttt om het beter te bekijken. Op rij 1 en kolom 1 staat "O", terwijl op rij 3 en kolom 2 "NA" staat.
Om deze oefening op te lossen, heb je een for-lus binnen een for-lus nodig, vaak een geneste lus genoemd. Dit doe je in R heel eenvoudig! Gebruik gewoon het volgende recept:
for (var1 in seq1) {
for (var2 in seq2) {
expr
}
}
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
R voor gevorderden
Oefeninstructies
Maak de geneste for-lussen af om over de elementen in ttt te lopen:
- De buitenste lus loopt over de rijen met lusindex
i(gebruik1:nrow(ttt)). - De binnenste lus loopt over de kolommen met lusindex
j(gebruik1:ncol(ttt)). - Gebruik binnen de binnenste lus
print()enpaste()om informatie te printen in het volgende formaat: "Op rij i en kolom j bevat het bord x", waarbijxde waarde op die positie is.
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# The tic-tac-toe matrix ttt has already been defined for you
# define the double for loop
for (___ in ___) {
for (___ in ___) {
print(___)
}
}