Schrijf je eigen functie
Wauw, het wordt serieus… je gaat je eigen functie schrijven! Kijk voordat je begint even naar het volgende functiesjabloon:
my_fun <- function(arg1, arg2) {
body
}
Merk op dat dit recept de toekenningsoperator (<-) gebruikt, net alsof je bijvoorbeeld een vector aan een variabele toekent. Dat is geen toeval. Een functie maken in R is in feite het toekennen van een functie-object aan een variabele! In het bovenstaande recept maak je een nieuwe R-variabele my_fun, die beschikbaar wordt in de workspace zodra je de definitie uitvoert. Vanaf dat moment kun je my_fun als functie gebruiken.
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
R voor gevorderden
Oefeninstructies
- Maak een functie
pow_two(): die neemt één argument en geeft dat getal in het kwadraat terug (dat getal keer zichzelf). - Roep deze nieuw gedefinieerde functie aan met
12als invoer. - Maak vervolgens een functie
sum_abs()die twee argumenten neemt en de som van de absolute waarden van beide argumenten teruggeeft. - Roep tot slot de functie
sum_abs()daarna aan met de argumenten-2en3.
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Create a function pow_two()
# Use the function
# Create a function sum_abs()
# Use the function