Aan de slagGa gratis aan de slag

Gebruik vapply

Voordat je aan de slag gaat met de derde en laatste apply-functie die je in deze intermediate R-cursus leert, kijken we eerst naar de syntaxis. De functie heet vapply() en heeft de volgende syntaxis:

vapply(X, FUN, FUN.VALUE, ..., USE.NAMES = TRUE)

Over de elementen in X wordt de functie FUN toegepast. Het argument FUN.VALUE verwacht een sjabloon voor de returnwaarde van deze functie FUN. USE.NAMES is standaard TRUE; in dat geval probeert vapply() indien mogelijk een benoemde array te genereren.

Voor de volgende reeks oefeningen werk je weer met de lijst temp, die 7 numerieke vectoren van lengte 5 bevat. We hebben ook een functie basics() geschreven die een vector neemt en een benoemde vector van lengte 3 teruggeeft met respectievelijk de minimum-, gemiddelde en maximumwaarde van de vector.

Deze oefening maakt deel uit van de cursus

R voor gevorderden

Cursus bekijken

Oefeninstructies

  • Pas de functie basics() toe op de lijst met temperaturen, temp, met behulp van vapply(). Deze keer kun je numeric(3) gebruiken om het argument FUN.VALUE te specificeren.

Praktische interactieve oefening

Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.

# temp is already available in the workspace

# Definition of basics()
basics <- function(x) {
  c(min = min(x), mean = mean(x), max = max(x))
}

# Apply basics() over temp using vapply()
Code bewerken en uitvoeren