Maak 1D- en 2D-arrays
In deze oefening herhalen we kort hoe je een 1D-array (een vector) maakt, voordat we doorgaan naar 2D-arrays (matrices). Een snelle manier om een vector te maken is met vierkante haken, zo:
my_vector = []
Tussen deze vierkante haken zet je de rij waarden die je in de vector wilt opslaan.
De syntaxis om een 2D-array te maken lijkt hier erg op en gebruikt opnieuw vierkante haken. We gebruiken echter ook het puntkomma-teken ; om een nieuwe rij aan te geven.
my_matrix = [1 2 ; 3 4]
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Julia voor gevorderden
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Create a vector containing the values one through six
my_array = ____