Regressies en ANOVA's vergelijken
In de vorige oefening heb je een regressiemodel gebouwd. Twee manieren voor statistische inferentie zijn: kijken naar de hoeveelheid variantie die door coëfficiënten in het model wordt verklaard (een ANOVA-achtige analyse) en het gebruik van lineaire voorspellers om de data te modelleren (een regressiekader). De keuze hiertussen hangt grotendeels af van persoonlijke voorkeur en statistische achtergrond. Beide benaderingen kunnen met frequentistische of Bayesiaanse methoden worden uitgevoerd. Hoewel deze cursus alleen frequentistische methoden gebruikt, gelden dezelfde ideeën ook voor Bayesiaanse modellen.
Het model lmer_out dat je in de vorige oefening hebt gebouwd, is voor je geladen. Eerst voer je een anova() uit om te zien of group een significant deel van de variabiliteit verklaart. Daarna bekijk je de regressiecoëfficiënt van group om te zien of die significant verschilt van nul.
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Hiërarchische en Mixed-Effects-modellen in R
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Run an anova() on lmer_out
___