Voorspellen met ARIMA-modellen
De automatische methode in de vorige oefening koos een ARIMA(0,1,1)-model met drift voor de austa-data, dus
\(y_t = c + y_{t-1} + \theta e_{t-1} + e_t.\)
Je gaat nu met verschillende andere ARIMA-modellen voor deze data experimenteren om te zien welk verschil dat maakt voor de voorspellingen.
De functie Arima() kun je gebruiken om een specifiek ARIMA-model te kiezen. Het eerste argument, order, is een vector met de waarden van \(p\), \(d\) en \(q\). Het tweede argument, include.constant, is een boolean die bepaalt of de constante \(c\), ofwel de drift, moet worden meegenomen. Hieronder staat een voorbeeld van een pipe die voorspellingen van usnetelec uit een ARIMA(2,1,2)-model met drift zou plotten:
> usnetelec %>%
Arima(order = c(2,1,2), include.constant = TRUE) %>%
forecast() %>%
autoplot()
Let in de voorbeelden hier op hoe de verschillende modellen de voorspellingen en de voorspellingsintervallen beïnvloeden. De austa-data staat voor je klaar in je werkruimte.
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Voorspellen in R
Oefeninstructies
- Plot voorspellingen uit een ARIMA(0,1,1)-model zonder drift.
- Plot voorspellingen uit een ARIMA(2,1,3)-model met drift.
- Plot voorspellingen uit een ARIMA(0,0,1)-model met een constante.
- Plot voorspellingen uit een ARIMA(0,2,1)-model zonder constante.
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Plot forecasts from an ARIMA(0,1,1) model with no drift
austa %>% Arima(order = c(___, ___, ___), include.constant = ___) %>% ___ %>% ___
# Plot forecasts from an ARIMA(2,1,3) model with drift
austa %>% Arima(___, ___) %>% ___ %>% ___
# Plot forecasts from an ARIMA(0,0,1) model with a constant
austa %>% Arima(___, ___) %>% ___ %>% ___
# Plot forecasts from an ARIMA(0,2,1) model with no constant
austa %>% Arima(___, ___) %>% ___ %>% ___