Seizoensdifferentiatie voor stationariteit
Bij seizoensgebonden data neem je vaak differenties tussen waarnemingen in hetzelfde seizoen van opeenvolgende jaren, in plaats van tussen opeenvolgende perioden. Bij kwartaaldata neem je bijvoorbeeld het verschil tussen Q1 van het ene jaar en Q1 van het voorgaande jaar. Dit heet seizoensdifferentiatie.
Soms moet je zowel seizoensdifferenties als lag-1-differenties op dezelfde reeks toepassen, dus de differenties van de differenties berekenen.
In deze oefening gebruik je tegelijkertijd differentiatie en transformaties om een tijdreeks er stationair uit te laten zien. De gegevensset hier is h02, met 17 jaar aan maandelijkse verkopen van corticosteroïdmedicatie in Australië. Deze is al in je werkruimte geladen.
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Voorspellen in R
Oefeninstructies
- Plot de data om de trend en seizoensinvloeden te bekijken.
- Neem de
log()van deh02-data en pas vervolgens seizoensdifferentiatie toe door een geschiktelag-waarde indiff()te gebruiken. Ken dit toe aandifflogh02. - Plot de resulterende gelogde en gedifferentieerde data.
- Omdat
difflogh02er nog niet stationair uitziet, neem je nog een lag-1-differentie doordiff()op zichzelf toe te passen en sla dit op alsddifflogh02. Plot de resulterende reeks. - Plot de ACF van de uiteindelijke
ddifflogh02-reeks met de juiste functie.
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Plot the data
___
# Take logs and seasonal differences of h02
difflogh02 <- diff(log(___), lag = ___)
# Plot difflogh02
___
# Take another difference and plot
ddifflogh02 <- ___
___
# Plot ACF of ddifflogh02
___