Aan de slagGa gratis aan de slag

Tijdreeksobjecten maken in R

Een tijdreeks kun je zien als een vector of matrix met getallen, samen met informatie over de tijdstippen waarop die getallen zijn vastgelegd. Deze informatie wordt in R opgeslagen in een ts-object. In de meeste oefeningen gebruik je tijdreeksen die onderdeel zijn van bestaande pakketten. Maar als je met je eigen data wilt werken, moet je weten hoe je een ts-object in R maakt.

Hieronder zie je een voorbeeld usnim_2002, met de nettorentemarges voor Amerikaanse banken in het jaar 2002 (bron: FFIEC).

> usnim_2002
               usnim
1   2002-01-01  4.08
2   2002-04-01  4.10
3   2002-07-01  4.06
4   2002-10-01  4.04

> # ts(data, start, frequency, ...)
> usnim_ts = ts(usnim_2002[, 2], start = c(2002, 1), frequency = 4)

De functie ts() neemt drie argumenten aan:

  • data wordt gezet op alles in usnim_2002 behalve de datumkolom; die is niet nodig omdat het ts-object de tijdinformatie apart opslaat.
  • start krijgt de vorm c(jaar, periode) om het tijdstip van de eerste observatie aan te geven. Hier hoort januari bij periode 1; een startdatum in april staat dus voor 2, juli voor 3 en oktober voor 4. De periode komt dus overeen met het kwartaal van het jaar.
  • frequency is ingesteld op 4 omdat de data per kwartaal zijn.

In deze oefening lees je tijdreeksdata in uit een xlsx-bestand met read_excel(), een functie uit het readxl-pakket, en sla je de data op als een ts-object. Zowel het xlsx-bestand als het pakket zijn al in je werkomgeving geladen.

Deze oefening maakt deel uit van de cursus

Voorspellen in R

Cursus bekijken

Oefeninstructies

  • Gebruik de functie read_excel() om de data uit "exercise1.xlsx" in te lezen in mydata.
  • Pas head() toe op mydata in de R-console om de eerste paar regels van de data te bekijken. Let op de datums: er zijn vier observaties in 1981, wat wijst op kwartaaldata met een frequency van vier rijen per jaar. De eerste observatie of start-datum is Mar-81, de eerste van vier rijen voor het jaar 1981, wat aangeeft dat maart overeenkomt met de eerste periode.
  • Maak een ts-object met de naam myts met ts(). Stel data, start en frequency in op basis van wat je hebt gezien.

Praktische interactieve oefening

Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.

# Read the data from Excel into R
___ <- ___("exercise1.xlsx")

# Look at the first few lines of mydata
___

# Create a ts object called myts
myts <- ts(___[___], start = c(___, ___), frequency = ___)
Code bewerken en uitvoeren