Oefenen met built-ins: range()
In deze oefening ga je aan de slag met de ingebouwde Python-functie range(). Onthoud dat je range() op meerdere manieren kunt gebruiken:
1) Maak een reeks getallen van 0 tot een stopwaarde (die exclusief is). Dit is handig als je een eenvoudige reeks getallen vanaf nul wilt maken:
range(stop)
# Voorbeeld
list(range(11))
[0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10]
2) Maak een reeks getallen van een startwaarde tot een stopwaarde (die exclusief is) met een stapgrootte. Dit is handig als je een reeks wilt maken die toeneemt met een andere waarde dan één. Bijvoorbeeld, een lijst met even getallen:
range(start, stop, step)
# Voorbeeld
list(range(2,11,2))
[2, 4, 6, 8, 10]
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Efficiënte Python-code schrijven
Oefeninstructies
- Maak een range-object dat start bij nul en eindigt bij vijf. Gebruik alleen een
stop-argument. - Zet de variabele
numsom naar een lijst met de naamnums_list. - Maak een nieuwe lijst
nums_list2die start bij één, eindigt bij elf, en met twee tegelijk toeneemt door een range-object uit te pakken met het sterretje (*).
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Create a range object that goes from 0 to 5
nums = ____(____)
print(type(nums))
# Convert nums to a list
nums_list = ____(____)
print(nums_list)
# Create a new list of odd numbers from 1 to 11 by unpacking a range object
nums_list2 = [*____(____,____,____)]
print(nums_list2)