Aan de slagGa gratis aan de slag

Data-objecten maken in R

In deze oefening maak je verschillende soorten data-objecten in R. Eerst maak je een scalaire variabele met één waarde die je daarna kunt gebruiken om andere scalairen te berekenen. Je maakt ook drie vectoren: één met numerieke waarden, één met tekstuele waarden en één met logische waarden TRUE en FALSE.

Deze oefening maakt deel uit van de cursus

R voor SAS-gebruikers

Cursus bekijken

Oefeninstructies

  • Ken de waarde 1 toe aan een object x en maak daarna een object w door 4 op te tellen bij x.
  • Maak een vectorobject y met de drie getallen 5, 2 en 3.
  • Maak een vectorobject z met de drie woorden "red", "green", "blue".
  • Maak een logisch object v met de eerste twee elementen TRUE en het laatste element FALSE.

Praktische interactieve oefening

Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.

# Assign the value of 1 to an object x
___ <- 1

# Create object w by adding the value 4 to x
___ <- ___ + ___

# Create vector object y 
y <- c(___, ___, ___)

# Create a vector z 
___

# Create a logical object v 
___
Code bewerken en uitvoeren