Meerdere inputs voor functies
Als een functie meer dan één argument heeft, zet je ze in de functiedefinitie, gescheiden door komma’s.
Om deze oefening op te lossen, moet je weten hoe je steekproefgewichten aan sample() meegeeft. Stel het argument prob in op een numerieke vector met dezelfde lengte als x. Elke waarde van prob is de kans om het overeenkomstige element van x te trekken, dus samen tellen ze op tot één. In het volgende voorbeeld heeft elke trekking 20% kans op "bat", 30% kans op "cat" en 50% kans op "rat".
sample(c("bat", "cat", "rat"), 10, replace = TRUE, prob = c(0.2, 0.3, 0.5))
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Introductie tot functies schrijven in R
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
coin_sides <- c("head", "tail")
n_flips <- 10
p_head <- 0.8
# Define a vector of weights
weights <- ___
# Update so that heads are sampled with prob p_head
sample(coin_sides, n_flips, replace = TRUE, ___)