Functies aanroepen
Een manier om je code beter leesbaar te maken, is goed letten op de volgorde waarin je argumenten doorgeeft wanneer je functies aanroept, en of je argumenten doorgeeft op positie of op naam.
gold_medals, een numerieke vector met het aantal gouden medailles dat elk land won tijdens de Zomerspelen van 2016, is beschikbaar.
Voor het gemak worden de argumenten van median() en rank() getoond met args(). Als je rank()'s na.last-argument instelt op "keep", betekent dat: "laat de rang van NA-waarden NA blijven".
De beste aanpak voor het aanroepen van functies is om de argumenten in de volgorde van args() te zetten en alleen zeldzame argumenten een naam te geven.
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Introductie tot functies schrijven in R
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Look at the gold medals data
gold_medals
# Note the arguments to median()
args(median)
# Rewrite this function call, following best practices
median(TRUE,x=gold_medals)