Een big.matrix-object koppelen
Nu het big.matrix-object op de schijf staat, kunnen we de informatie in het beschrijvingsbestand gebruiken om het direct beschikbaar te maken tijdens een R-sessie. Dit betekent dat je de gegevensset niet opnieuw hoeft te importeren, wat meer tijd kost bij grotere bestanden. Je kunt het bigmemory-pakket simpelweg naar de bestaande structuren op de schijf laten wijzen en zonder wachttijd met de data aan de slag gaan.
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Schaalbare gegevensverwerking in R
Oefeninstructies
Het big.matrix-object x is beschikbaar in je werkruimte.
- Maak een nieuwe variabele
mortdie naarxverwijst door het bestand"mortgage-sample.desc"te koppelen met de functieattach.big.matrix(). - Controleer of de afmetingen van
morthetzelfde zijn als in de vorige oefening. - Roep
head()aan opmort.
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Attach mortgage-sample.desc
mort <- ___(___)
# Find the dimensions of mort
___
# Look at the first 6 rows of mort
___