Simuleer tekenfouten: veranderende kansen
In de vorige oefening had elke simulatie een vaste kans op een tekenfout bij elke stap.
In de oorspronkelijke vraag kan de kans op een tekenfout per stap verschillen; de enige eis is dat elke kans kleiner is dan 0,50.
Hier simuleren we een wiskundeprobleem met 2 stappen waarbij de kans op een switch per stap 0,49 en 0,01 is. Dat betekent een grote kans om in de eerste stap fout te gaan en een kleine kans om weer terug te switchen.
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Kanspuzzels in R
Oefeninstructies
- Gebruik de functie
sapplysamen metrbinomom de switches binnen één probleem te simuleren, met switchkansen van respectievelijk 0,49 en 0,01 voor de eerste en tweede stap. - Bepaal het totale aantal switches dat heeft plaatsgevonden.
- Bepaal of het antwoord op het wiskundeprobleem correct zou zijn of niet.
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
set.seed(1)
counter <- 0
for(i in 1:10000){
# Simulate switches
each_switch <- sapply(___)
# Count switches
num_switches <-
# Check solution
if(___){
counter <- counter + 1
}
}
print(counter/10000)