or
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
In dit hoofdstuk leer je wat objectgeoriënteerd programmeren (OOP) is, hoe het verschilt van procedureel programmeren, en hoe je het toepast. Vervolgens definieer je je eigen klassen en leer je hoe je methods, attributes en constructors maakt.
Inheritance en polymorphism zijn kernconcepten van OOP die efficiënt en consistent hergebruik van code mogelijk maken. Leer hoe je erft van een class, methods aanpast en herdefinieert, en bekijk de verschillen tussen data op classniveau en op instanceniveau.
In dit hoofdstuk leer je hoe je ervoor zorgt dat objecten met dezelfde data als gelijk worden beschouwd, hoe je stringrepresentaties van objecten definieert en aanpast, en zelfs hoe je nieuwe fouttypen maakt. Met interactieve oefeningen leer je je klassen verder te tweaken zodat ze meer werken als standaard Python-datatypen.
Huidige oefening
Hoe ontwerp je klassen voor inheritance? Heeft Python private attributes? Kun je toegangscontrole op attributes regelen? Je vindt antwoorden op deze (en meer) vragen terwijl je best practices voor klassedesign leert.