read.table
Als je te maken hebt met meer exotische flatfile-formaten, wil je read.table() gebruiken. Dit is de meest basale importfunctie; je kunt hier enorm veel verschillende argumenten opgeven. In tegenstelling tot read.csv() en read.delim() is het standaard voor header FALSE en is sep standaard "".
Jij bent weer aan zet! De data is nog steeds hotdogs.txt (bekijken). De eerste rij bevat geen kolomnamen en de veldscheiding is een tab. Dit keer staat het bestand in de map data binnen je huidige werkdirectory. Een variabele path met de locatie van dit bestand is alvast voor je aangemaakt.
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Introductie tot het importeren van data in R
Oefeninstructies
- Maak de
read.table()-aanroep af om het tab-gescheiden bestand oppathin te lezen. - Roep
head()aan ophotdogs; hiermee print je de eerste 6 observaties in het data frame.
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Path to the hotdogs.txt file: path
path <- file.path("data", "hotdogs.txt")
# Import the hotdogs.txt file: hotdogs
hotdogs <- read.table(___,
sep = ___,
col.names = c("type", "calories", "sodium"))
# Call head() on hotdogs
___