Functies met één standaardargument
In het vorige hoofdstuk heb je geleerd hoe je functies met meer dan één parameter definieert en die vervolgens aanroept door het vereiste aantal argumenten door te geven. In de laatste video bouwde Hugo hierop voort door te laten zien hoe je functies met standaardargumenten definieert. In deze oefening ga je dat oefenen door een functie te schrijven die een standaardargument gebruikt en die functie daarna een paar keer aan te roepen.
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Introductie tot functies in Python
Oefeninstructies
- Maak de functiekop af met de functienaam
shout_echo. Die accepteert een argumentword1en een standaardargumentechomet standaardwaarde1, in die volgorde. - Gebruik de operator
*omechokopieën vanword1te concatenaten. Ken het resultaat toe aanecho_word. - Roep
shout_echo()aan met alleen de string"Hey". Ken het resultaat toe aanno_echo. - Roep
shout_echo()aan met de string"Hey"en de waarde5voor het standaardargumentecho. Ken het resultaat toe aanwith_echo.
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Define shout_echo
def ____(____, ____):
"""Concatenate echo copies of word1 and three
exclamation marks at the end of the string."""
# Concatenate echo copies of word1 using *: echo_word
echo_word = ____
# Concatenate '!!!' to echo_word: shout_word
shout_word = echo_word + '!!!'
# Return shout_word
return shout_word
# Call shout_echo() with "Hey": no_echo
no_echo = ____
# Call shout_echo() with "Hey" and echo=5: with_echo
with_echo = ____
# Print no_echo and with_echo
print(no_echo)
print(with_echo)