or
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Leer effectieve exploratieve data-analyse uitvoeren op temporele gegevens, maak scalaire en tabelvariabelen om gegevens op te slaan, en leer hoe je met datums werkt. In dit hoofdstuk komen ook de volgende SQL-functies aan bod: DATEDIFF( ), DATENAME( ), DATEPART( ), CAST( ), CONVERT( ), GETDATE( ) en DATEADD( ).
In dit hoofdstuk leer je hoe je door de gebruiker gedefinieerde functies (UDF’s) maakt, bijwerkt en uitvoert. Je maakt kennis met de verschillende typen UDF’s: scalair, inline en tabelwaarderend met meerdere statements. Je leert ook best practices.
Leer hoe je opgeslagen procedures maakt, bijwerkt en uitvoert. Onderzoek de verschillen tussen opgeslagen procedures en door de gebruiker gedefinieerde functies, inclusief geschikte scenario’s voor elk.
Huidige oefening
Pas je nieuwe skills in temporele EDA, door de gebruiker gedefinieerde functies en opgeslagen procedures toe om een businesscase op te lossen. Analyseer de New York City taxiritgegevens om het gemiddelde tarief per afstand, het aantal ritten en de totale ritduur per stadsdeel voor elke dag van de week te bepalen. En welke ophaallocaties binnen het stadsdeel moeten worden ingepland voor elke chauffeursdienst?