Iteratoren als functiargumenten
Je hebt de functie iter() gebruikt om een iteratorobject te krijgen, en de functie next() om de waarden stuk voor stuk uit het iteratorobject op te halen.
Er zijn ook functies die iteratoren en iterables als argument nemen. Zo geven de functies list() en sum() respectievelijk een lijst en de som van de elementen terug.
In deze oefening gebruik je deze functies door een iterable van range() door te geven en vervolgens de resultaten van de functieaanroepen te printen.
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
Python-gereedschapskist
Oefeninstructies
- Maak een
range-object dat de waarden van 10 tot 20 oplevert metrange(). Ken het resultaat toe aanvalues. - Gebruik de functie
list()om een lijst met waarden te maken van het range-objectvalues. Ken het resultaat toe aanvalues_list. - Gebruik de functie
sum()om de som van de waarden van 10 tot 20 te krijgen uit het range-objectvalues. Ken het resultaat toe aanvalues_sum.
Praktische interactieve oefening
Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.
# Create a range object: values
values = ____
# Print the range object
print(values)
# Create a list of integers: values_list
values_list = ____
# Print values_list
print(values_list)
# Get the sum of values: values_sum
values_sum = ____
# Print values_sum
print(values_sum)