Aan de slagGa gratis aan de slag

Stoppen met plakken, beginnen met glue

De functie paste() voegt strings samen met een spatie ertussen, dus paste("Hi", "there") geeft "Hi there". Er is ook de functie paste0() die geen spatie toevoegt; het resultaat daarvan is "Hithere". Maar als je meerdere strings en variabelen samenvoegt, schrijf je al snel veel dubbele aanhalingstekens " en komma’s ,, en wordt je code minder leesbaar. Bovendien kun je alleen werken met variabelen die al bestaan.

Dit zijn precies de twee situaties waarin de functie glue() uitblinkt. Je kunt werken met variabelen die beschikbaar zijn in de globale scope, of je kunt variabelen on the fly aanmaken. In deze oefening zie je het verschil tussen paste() en glue() in de praktijk.

Deze oefening maakt deel uit van de cursus

Gevorderde reguliere expressies in R

Cursus bekijken

Oefeninstructies

  • Maak de zin die met paste0() werd gemaakt opnieuw met glue().
  • Maak een tijdelijke variabele n die de lengte van het aantal tekens in firstname bewaart en geef die mee aan de te maken zin.

Praktische interactieve oefening

Probeer deze oefening eens door deze voorbeeldcode in te vullen.

firstname <- "John"
lastname <- "Doe"

paste0(firstname, "'s last name is ", lastname, ".")

# Create the same result as the paste above with glue
glue("___'s last name is ___.")

# Create a temporary varible "n" and use it inside glue
glue(
  "The name {firstname} consists of ___ characters.",
  ___ = nchar(firstname)
)
Code bewerken en uitvoeren