or
Deze oefening maakt deel uit van de cursus
In dit hoofdstuk leer je hoe opmaak van SQL-code, commentaar en aliassen worden gebruikt om queries makkelijk leesbaar en begrijpelijk te maken. Ook maak je kennis met de verwerkingsvolgorde van een query in de database versus de volgorde van de SQL-syntaxis in een query.
Dit hoofdstuk introduceert filteren met WHERE en HAVING en een aantal best practices voor hoe (en hoe niet) je deze keywords gebruikt. Vervolgens worden de methoden uitgelegd om data te onderzoeken en welke effecten die kunnen hebben op de prestaties. Tot slot gaat het hoofdstuk in op de rol van DISTINCT() en UNION bij het verwijderen van duplicaten en hun mogelijke impact op de prestaties.
Dit hoofdstuk is een introductie tot subquery’s en hun mogelijke impact op de queryprestaties. Ook bekijkt het de verschillende methoden om te bepalen of de data in de ene tabel aanwezig is, of juist ontbreekt, in een gerelateerde tabel.
Je maakt kennis met hoe STATISTICS TIME, STATISTICS IO, indexen en uitvoeringsplannen in SQL Server kunnen worden gebruikt om de queryprestaties te analyseren en te optimaliseren.
Huidige oefening